Over Bas

Bloem voor bloem.

Olieverfpanelen maken plaats voor digitale fotografie. Bas Meeuws is een jonge fotograaf, die het traditionele, Hollandse genre van het bloemstilleven nieuw leven inblaast. Meeuws componeert zijn foto’s zoals de oude meesters dat deden: bloem voor bloem, één en al luxe en pracht. Het resultaat is gelaagd werk, dat de tijd overstijgt.

Meeuws is geboren in 1974 in Heerlen, en groeide op in het dorp Spaubeek. Na het atheneum rondde hij een hbo-opleiding tot fysiotherapeut af; later specialiseerde hij zich tot manueel therapeut. Meeuws is getrouwd en heeft twee kinderen. Op het terrein van digitale fotografie is hij autodidact en allround; hij bekwaamde zich in documentaire-, portret-, natuur- en kinderfotografie. Pas in het bloemstilleven kwamen al zijn interesses samen: schoonheid, natuur, technische uitdaging, betekenis en kunst.

Volgens Meeuws is het creëren van schoonheid zijn belangrijkste doel. Hij wil echte, tijdloze schoonheid brengen in het leven van alledag. Plezier, verrukking, daar gaat het om. En inderdaad spat de pracht van zijn weelderige werken af. Bloemen zijn ideale objecten om zijn eerste doel te bereiken, stelt Meeuws. Ze hebben kleur, geur en bijzondere vormen. In de natuur verleiden bloemen bijen en andere insecten met die eigenschappen, maar ze werken ook voor mensen, al vanaf de vroegste geschiedenis van de mensheid.

De fotograaf verdiept de schoonheidservaring verder. Omdat zijn werk expliciet gebaseerd is op de stillevens uit de zeventiende eeuw, heeft het nauwe banden met de geschiedenis en tradities in de kunst. Met al hun gepolijste digitale schoonheid roepen de foto’s echo’s op van de Hollandse Gouden Eeuw: de drukke commercie, de waardering voor tulpenbollen en onafhankelijkheid, de kunstenaarswerkplaatsen. Meeuws is geïntrigeerd door het functioneren van bloemstillevens in de zeventiende eeuw. ‘Ik probeer de gevoelens van de kijkers van toen bij mezelf op te roepen. Het ontzag dat zij moeten hebben gevoeld bij het bekijken van al die dure en exotische bloemen bij elkaar.’

 

Verder heeft hij grote waardering voor de gevoeligheid van vroegmoderne meesters voor vergankelijkheid. Hun werken dienden niet alleen om de kijker aan te sporen om te genieten, en de dag te plukken − carpe diem − maar ze boden met hun bevroren schoonheid ook troost voor het verstrijken van de tijd. ‘De boeketten op de schilderijen waren onmogelijke constructies met bloemen uit verschillende seizoenen. Ik ga graag verder met dit element van het genre. Het geeft je de kans om je boven de tijd uit te werken, om die stil te zetten. De troost van de fotografie, zo zie ik mijn stillevens graag,’ legt Meeuws uit.

Ik probeer de gevoelens van de kijkers van toen bij mezelf op te roepen

Meeuws speelt met zelfvertrouwen de ene tijdsreferentie tegen de andere uit, en heeft er duidelijk plezier in om met de extra betekenislagen en citaten te werken. Zo manifesteert hij zichzelf als een deelnemer aan het pas recent uitgekristalliseerde genre van history photography. Dit genre kreeg zijn naam toen de Nederlandse fotograaf Erwin Olaf in 2011 een serie foto’s produceerde onder de titel Leidens Ontzet. Met deze serie onderzocht hij de eeuwenoude traditie van historiestukken over het beleg en ontzet van Leiden in de zestiende eeuw. Om de foto’s preciezer te kunnen omschrijven, introduceerde Maartje van den Heuvel (conservator fotografie Museum de Lakenhal Leiden) de term history photography. In history photography wordt de schildertraditie gebruikt als uitgangspunt voor nieuwe, fotografische werken. Het resultaat is een ‘remediation’: een traditie gaat van het ene medium over in het andere. Sinds de late negentiende, vroege twintigste eeuw zijn schilderkunst en fotografie niet meer zo nauw met elkaar verbonden geweest als tegenwoordig. Meeuws werk past naadloos in het jonge genre van history photography.

 

Niet dat het genre niet bestond vóór de term het licht zag. De fotograaf Jeff Wall liet zich bijvoorbeeld diepgaand inspireren door een werk van Eugène Delacroix, en Bill Viola gebruikt motieven uit de vroegmoderne schilderkunst in zijn videokunst. Andreas Gursky, die de duurste foto ter wereld op zijn naam heeft staan, maakt enorme, intensief bewerkte beelden. Ze imponeren als monumentale schilderijen.

In de moderne Nederlandse fotografie is history photography ook prominent aanwezig. Erwin Olaf zelf hield zich al eerder met dit type fotografie bezig, bijvoorbeeld toen hij schilderijen van Spaanse meesters als Vélazquez nieuw fotografisch leven gaf voor de Spaanse stad Gijon. Richard Kuiper speelt met ideeën over vergankelijkheid en moralisme in zijn foto’s van geheel uit plastic opgebouwde tableaus, die op het eerste gezicht aandoen als zeventiende-eeuwse stillevens, en de portretten of ‘tronies’ van Hendrik Kerstens doen sterk denken aan werken van Vermeer of de Vlaamse Primitieven door hun verstilde uitstraling, Hollandse licht en aparte hoofddeksels.

Toch blijft de vraag waarom fotografen de moeite zouden nemen om history photography te bedrijven. Waarom zouden eigentijdse, fotografische beelden en historische beelden niet duidelijk gescheiden moeten blijven? Wat wordt er gewonnen door twee media − fotografie en schilderkunst − in elkaar over te laten lopen?

 

In Meeuws’ geval voegt het nieuwe medium van digitale fotografie een intense directheid en indringendheid toe aan de beelden van bloemstillevens. Zo intrigeren ze opnieuw, en des te sterker. De overdadige schoonheid van de bloemen, schelpen, insecten en andere objecten in Meeuws’ werken is, heel letterlijk, scherp omlijnd en opnieuw gedefinieerd. Het is als met nieuwe ogen kijken naar vertrouwde taferelen, en ze in dat proces opnieuw waarderen. Verder kan de toeschouwer eindeloos overeenkomsten en verschillen zoeken tussen de bloemstillevens van toen en van nu. De fotografische werken hebben de detaillering van de historische bloemstillevens. Precies zoals Erwin Olaf het wilde voor zijn serie Leidens Ontzet: ‘het werk zal door de aanwezigheid van een groot aantal details voor de kijker een visueel feest moeten worden,’ zei de fotograaf tijdens de voorbereidingen voor zijn shoots. Al deze zaken maken geremedieerde werken stimulerend en prikkelend.

Eén zwierig golvende tulp kan opgebouwd zijn uit vijf verschillende bloemfoto’s

Meeuws’ procedé vertoont overeenkomsten met dat van de zeventiende-eeuwse bloemenschilders. De basis voor Meeuws’ monumentale werken zijn digitale foto’s van individuele bloemen, die allemaal met dezelfde verlichting zijn gefotografeerd. Meeuws fotografeert iedere afzonderlijke bloem verschillende malen, in wisselende posities, en met variërende intensiteit van de verlichting. Zo stelt hij een uitgebreide digitale bloemenbibliotheek samen. Meeuws’ bloemenbibliotheek lijkt een moderne variant van de zeventiende-eeuwse tulpenboeken, en van andere botanische werken uit de tijd. In de zeventiende eeuw konden schilders zich geen vaas vol bloemen veroorloven, en daarom stelden zij de boeketten op hun bloemstillevens samen uit losse bloemen. Soms gebruikten zij echte exemplaren, maar zij raadpleegden ook tulpenboeken als naslagwerk vanwege hun verfijnde afbeeldingen van bloemen.

 

Niet alleen door hun samengestelde karakter, ook qua precisie en tijdrovendheid zijn de werken van Meeuws te vergelijken met die van de oude meesters. De samenstelling van een goede bloemenbibliotheek vergt veel tijd en toewijding. Meeuws componeert vanuit deze digitale bibliotheek zijn stillevens, maar vindt lang niet altijd direct de bloem die hij zoekt. Eén zwierig golvende tulp kan opgebouwd zijn uit vijf verschillende bloemfoto’s. Meeuws vergroot, verkleint, past kleuren aan, vlecht bladeren en stengels in elkaar, voegt slakken en insecten toe − alles om tot een verbijsterend beeld te komen. Dan zijn langs de contouren van de bloemen nog zwarte randjes zichtbaar. Meeuws verwijdert ze allemaal handmatig met secuur digitaal schoonmaakwerk. Vervolgens neemt hij de schaduwen en lichtval in het werk kritisch onder de loep. Alles moet precies kloppen: het schaduwtje dat een lieveheersbeestje stevig aan een stengel verankert, de reflectie op de vaas, het terugwijken in de duisternis van de achterste lagen bloemen. Meeuws is een fijnschilder met de muis.

 

Om de natuur dichter te benaderen, en de sfeer van een rariteitenkabinet te verminderen, kiest Meeuws zijn bloemen op een andere manier dan de zeventiende-eeuwse meesters. ‘Natuurlijk gebruik ik de bloemen die zij gebruikten, want ze zijn prachtig. Maar ik toon ook graag margrietjes en korenbloemen, bijvoorbeeld. En ik gebruik bleekselderie als groen. In mijn werken zie je hoe mooi inheemse, kleine planten zijn, terwijl die voor de ideale, exotische boeketten van de Gouden Eeuw vaak te gewoon waren.’

Voortaan is het altijd lente

Hoewel Meeuws pas sinds 2010 bezig is met het vervaardigen van bloemstillevens, heeft zijn werk een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Zijn eerste werken hadden veel weg van de bloemstillevens uit de vroege zeventiende eeuw. In die aanvangsperiode waren de bloemen in een plat vlak tot boeket gearrangeerd, en ze waren stuk voor stuk zichtbaar. De compositie was frontaal en sterk symmetrisch. Ook Meeuws begon met een dergelijke opbouw in zijn werken.

 

Maar waar de ontwikkeling van het zeventiende-eeuwse bloemstillevengenre zich over decennia uitstrekte, kon Meeuws die sterk versneld doormaken. Hij experimenteerde met diepte, belichting, opbouw en compositie. Hij verruilde zijn zwarte studioachtergrond voor, vooralsnog, donkere kleurschakeringen. En hij breidde zijn bloemenbibliotheek uit, die hij in 2010 druk aan het vullen was. Daarom is het voor werken uit dat jaar nog mogelijk om in te schatten in welk seizoen hij ze maakte (‘Aha! Nu verschijnen de sneeuwbessen!’). In de jaren erna heeft hij de beschikking over een uitgebreide database van planten uit alle seizoenen. Zijn bezoeken aan de Hortus Bulborum in Limmen betekenden een belangrijke impuls voor zijn werk. In deze bollentuin worden met veel toewijding historische tulpenrassen en andere bolgewassen gekweekt. Meeuws vertrok er ieder jaar met de meest fantastische viruszieke tulpen.

 

Schoonheid en natuur, techniek en historie, gelaagdheid en kunst. Meeuws weeft al deze aspecten samen tot stralende werken, prachtig gecomponeerd, met liefde bewerkt. Hij behoudt de rijkdom en luister van het verleden. Maar met de digitale fotografie zit hij zijn bloemen zo op de huid, dat ze heel dichtbij komen, en onmiddellijk raken. Voortaan is het altijd lente.

 

Karine van ’t Land

Cultuurhistoricus

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On Google PlusVisit Us On PinterestVisit Us On Linkedin